Bij de verkoop van een bedrijf bedingt de koper vrijwel altijd dat de verkoper na de overdracht niet meteen de concurrentie aangaat. Een begrijpelijke wens — maar een non-concurrentiebeding bij een bedrijfsovername kent wel degelijk grenzen.
Wanneer is een non-concurrentiebeding bij overname geldig?
Europese en Nederlandse mededingingsregels staan non-concurrentiebedingen bij bedrijfsovernames toe, mits zij noodzakelijk, proportioneel en tijdelijk zijn:
- Qua looptijd: doorgaans maximaal twee tot drie jaar na de overdracht;
- Qua geografisch bereik: beperkt tot het gebied waar de overgenomen onderneming actief was;
- Qua activiteiten: alleen de activiteiten die direct vergelijkbaar zijn met de kernactiviteiten van de overgenomen onderneming.
Is het beding ruimer dan nodig, dan kan het geheel of gedeeltelijk nietig zijn — met alle gevolgen van dien voor de bescherming die de koper dacht te hebben.
Voor zowel kopers als verkopers
Kopers willen een stevig beding dat hun investering beschermt; verkopers willen voorkomen dat ze na de verkoop jarenlang gebonden zijn aan een te ruim geformuleerd concurrentiebeding. Een jurist ondernemingsrecht vindt de juiste balans en legt dit waterdicht vast in de overnameovereenkomst.
Sta je voor een bedrijfsovername waarbij een non-concurrentiebeding een rol speelt? Onze juristen ondernemingsrecht adviseren aan beide zijden van de tafel. Neem direct contact op via ons contactformulier.